Welkom

Puurhollandscheveld.nl

is een verzamelplaats op internet voor verenigingen en bedrijven die gevestigd zijn in ons mooie dorp Hollandscheveld. Een br

Lees meer...

Twitter

Cilie de Cosse, bijgenaamd de Nevelhekse

Het verhaal van Cilie de Cosse speelt zich voornamelijk af in het Hollandsche Veld, in de jaren 1699/1706. Vanaf 1630 is op de rand van het hoogveen een dorpje ontstaan, dat nu ongeveer 1800 inwoners heeft. Bij Het Haagje, in het hart van het dorp Hoogeveen, woont Petrus Calkoen, de zoon van Arent Calkoen. Net als zijn vader heeft hij rechten gestudeerd en is advocaat geworden. Ook zijn voorliefde voor het beschrijven van het algemeen dagelijks leven heeft Petrus van zijn vader meegekregen. Vader is ooit een dagboek begonnen Petrus heeft dat werk vanaf 1680 voortgezet. Het is dit dagboek, de ´Clapper der Calkoens´, waarin het verhaal van de Nevelhekse wordt bewaard. In 1706, het jaar waarin Cilie, bijgenaamd ´Nevelhekse´, plotseling verdwijnt, is Dr.Petrus Calkoen een eerbiedwaardige rentmeester.

In die dagen zit ver weg in Holland, in Den Haag, een jongeman weg te kwijnen. Hij is een telg uit een adellijke familie. In tegenstelling tot zijn voorouders heeft de jongeman, Allard, geen rechten gestudeerd, maar medicijnen. Maar het vak ligt hem niet. Hij besluit er mee te stopen. Nog meer dan van de geneeskunde heeft hij vroeger van de natuur gehouden. Allard besluit naar Hoogeveen te gaan. Daar woont familie. Het zijn de Bentincks, eveneens van adel, die daar uitgestrekte venen bezitten. Misschien dat de uitgebluste jongeman daar zijn draai weer zal kunnen vinden. Het vertrek naar Hoogeveen gaat gepaard met moeilijkheden met zijn ouders, die teleurgesteld zijn in zijn keuzes. Zelden is iemand zo welkom geweest als Allard bij de Bentincks. Zijn beide nichten, die freules Alida en Coosje, zijn min of meer verliefd op hem, zo wordt er gefluisterd. Allard weet hoe een heer zich gedragen moet. De toenaderingspogingen van de gezusters Bentinck zijn tevergeefs. Maar ze brengen hem wel een paar leuke weken.

Het Hollandsche Veld levert volop turf en boekweit. In de velden en woeste venen die samen het Hollandsche Veld vormen, staan tal van hutten. Ze worden voornamelijk bewoond door seizoenarbeiders, in de korte tijd dat ze hier in de turfgraverijen aan het werk zijn. Heide, moeras, bomen, struiken, bloemen, vogels, vissen en meren vormen samen een lustoord, waar de natuurliefhebber zich onmiddellijk thuis voelt. Het Zuideropgaande is nog niet gegraven. Wel loopt er vanuit het Hollandscheveldse Opgaande een brede sloot zuidwaarts, langs wat later het Tramdijkje zal gaan heten, naar het Riegmeer. In 1699 heeft jonker Swaap, de beheerder van de Hoogeveensche Vaart, in die sloot een schut laten timmeren. Dit om het water van het meer op te kunnen stuwen en naar believen in het vaartenstelsel te laten stromen. Bij dit schut verrees een flinke woning. De schutmeester, Jansen, wordt meestal De Stroeve genoemd. Het volk vreest hem. De boeren van Zuidwolde haten hem omdat hij het water zo hoog opstuwt, dat het meer bevaarbaar geworden is en de mensen in het gebied van Zuidwolde bijna verzuipen.  

De Stroeve en zijn oude huishoudster waken over zijn pleegdochter Cilie. Over haar afkomst wordt geheimzinnig gedaan. Volgens ingewijden is Jansen, De Stroeve, ooit slavendrijver geweest. Dat was op een plantage in Suriname. Hanno, een slaaf uit Arabie, had een kind verwekt bij de vrouw van zijn meester, nadat deze Hanno´s vrouw onteerd had. Na negen maanden beviel de meesteres van een dochter. Op het kraambed, haar sterfbed, vertelde de meesteres wat er was gebeurd. De meester wilde het kind laten verhongeren. De vrouw van De Stroeve was als vroedvrouw bij de bevalling betrokken. Ze zei dat het kind was gestorven. Volgens de verhalen voedden ze het kind samen op. Tot grote verwondering van de veldbewoners zingt Cilie met haar mooie stem de prachtigste liedjes. Maar soms komen de woorden uit een onverstaanbare taal. Daarbij komt ook nog dat ze een getinte huid heeft en met een vreemd accent spreekt. Alles wijst erop dat ze een heks is, wordt er gezegd.

Enkele jongeren, waaronder twee Hoogeveense studenten, brengen hun vakantie door in Hoogeveen. Ze organiseren een vispartij. Met hengels en teutebellen varen ze in een punter naar het meer bij Alberts Holtien. Allard gaat mee, in de hoop zijn herbarium of insectendoos te kunnen verrijken. Hij dwaalt al snel af. Hij ziet in de verte het Riegmeer blinken en tracht dit te bereiken via een door kreupelhout omzoomd dijkje. Hij hoort of ziet niets meer. Het enige wat hij hoort is een prachtige zangstem. De reine en zuivere stem van een jong meisje lokt hem verder en verder, tot hij achter de woning van De Stroeve met ingehouden adem blijft staan luisteren. Het water van het Riegmeer is hoog opgestuwd, het meer buiten de oevers getreden is. Allard staat op het punt om langs het water naar de woning van De Stroeve te lopen, als het gezang wordt verstoord door een vreselijk geschreeuw. Marrije, een jonge vrouw uit het veld is gebeten door een adder. Allard rent er naar toe. Hij pakt zijn pennemesje, opent de wond en bindt de ledemaat af met zijn zakdoek. De verdere dag doet hij niet veel anders dan zijn vrienden en de freules Bentinck uithoren over alles wat hij maar weten wil van het wonderschone meisje, dat vanwege haar neiging om in de ochtend- en avondschemering de velden in te trekken wel ´Nevelhekse´ wordt genoemd. Hij blijft er zo uitgebreid over doorpraten, dat zijn omgeving zich afvraagt of hij niet ´betjoend´ is door haar gezang. Dit tot grote onvrede van de dames Bentinck. Allard zelf is van mening dat zijn verlangen om het meisje te ontmoeten voortkomt uit een goddelijke ingeving. Maar ook zijn patiënte vergeet hij niet.

Hij brengt de dag erop een bezoek aan het krot waarin Marrije en haar moeder hun dagen slijten. Marrije braakt nog steeds, heeft hoofdpijn en klaagt over een opgezette keel. Maar nog meer zorgen kan Allard zich maken over haar moeder. Marrije ligt op haar knieën te huilen als deze losbarst. Door emoties overmand krijst ze vanaf haar met vodden bedekte bed. Als Marrije mocht komen te sterven dan is ze er zeker van dat die Nevelhekse haar zal volgen! Haar gezang heeft zowel Marrije als de adder behekst! Wat Allard ook doet, hij kan dit de oude vrouw niet uit haar simpele hoofd praten. Uiteindelijk kiest hij er voor om De Stroeve te waarschuwen voor wat er kan gebeuren als Marrije er niet bovenop komt. Helaas is de man niet thuis. Als hij om het schuthuis heen loopt, ontdekt hij Cilie. Ze lijkt te zweven tussen de bosjes rond de woning. Of is het alleen maar zijn verliefdheid, die zijn wereld doet veranderen? Als Cilie bij een braamstruik gaat zitten, loopt hij voorzichtig in haar richting en verrast haar met zijn aanwezigheid. In het begin is ze zeer teruggetrokken. Zijn geruststellende en bemoedigende woorden laten haar angsten smelten, tot ze zelfs zover komt, dat ze enkele van haar mooiste liederen voor hem zingt. Haar onschuld en puurheid doen in Allard trouwplannen rijpen……….Trouwen met Cilie, zijn lief, of de weg volgen van zijn ouders, en de dame trouwen die zei voor hem in gedachten hebben? Het verwart Allard. Hij kiest ervoor zijn liefde voor Cilie te onderdrukken. Hij weet niet dat inmiddels ook háár jonge hart in vlam staat. Die avond is Allard nog steeds in de velden. Jansen, De Stroeve vertelt hem over zijn verblijf in Suriname en hoe hij en zijn vrouw Cilie hebben gered. Hij hapert nogal eens en spreekt zichzelf tegen. Zijn verhaal strookt ook niet met wat Cilie die middag zélf verteld heeft. Volgens Cilie is ze de dochter van een Franse edelman. Ze is deels opgevoed door een tante. Hoewel ze Rooms is, mag ze zich van haar pleegvader niet met het geloof bezig houden. Een bijbel heeft ze niet. Allard zal er dus een meenemen, als hij weer terug is uit Den Haag. Hij haalt de honden aan en luistert in het halfdonker naar De Stroeve. Hij denkt het zijne van alles wat hem voor waar wordt verteld. Een volle maan begeleidt hem naar het tussen spiegelende vaarten gelegen dorp.

Een visioen weerhoudt Allard ervan om weer contact te zoeken met Cilie. Als hij enige tijd daarna langs de kerk en het kerkhof loopt, is de koster net bezig met het graven van een graf. Tot zijn grote schrik wordt hem door de man verteld dat het graf bestemd is voor Marrije. Ze is dood! Zij zal die morgen worden begraven. Marrije stierf onder een vloek van een heks en de heks zal moeten boeten, zeggen de mensen na de begrafenis. Een paar dagen later wordt Cilie uitgescholden, geslagen en bijna door Marrije´s moeder gewurgd. Ze schreeuwt om hulp, maar ze is te ver van het schuthuis afgedwaald om door haar pleegvader gehoord te worden. Uiteindelijk zakt ze door haar knieën, waarna Marrije´s moeder haar werk afmaakt. Het oude mens staat er handenwrijvend bij, als de golven van het Riegmeer Cilie verzwelgen. Ze wordt er in geworpen op het moment dat Allard uit de struiken tevoorschijn komt. Een witte duif – of is het een Goddelijk visioen geweest? – heeft hem gelokt. Hij springt Cilie na. Na enkele vergeefse pogingen om haar te grijpen, lukt het hem om haar te redden van de verdrinkingsdood…….

Allard en Cilie zien elkaar nu dagelijks. Allard is er van overtuigd dat Cilie´s een kind is uit een adellijk huis. De bewijzen daarvan hoopt hij eenmaal aan zijn vader en moeder te kunnen geven, zodat ook die met een huwelijk in kunnen stemmen. Cilie wil Allard nog niet aan zijn onderzoek laten beginnen, want dan zal ze zijn aanwezigheid moeten missen. Zo kan het gebeuren dat Freule Alida Bentinck de tijd heeft om een brief aan Allards ouders te richten. Ze voelt zich door Allard afgewezen en neemt wraak. Ze beschuldigt Cilie van hekserij en hoererij. Zo wil die Nevelhekse de schone jongeling aan zich binden, zo schrijft ze aan Allards ouders. Dat mens is hun Allard niet waard!  

De brief wekt bij Allards ouders grote verontwaardiging op. Het duurt niet lang of Allard ontvangt een brief uit Den Haag. Daarin staat onder meer dat zijn liefhebbende moeder ziek is geworden door alles wat ze heeft moeten doormaken. Allard wordt vriendelijk doch dringend verzocht zo snel mogelijk naar huis te komen. Deze neemt afscheid van een betraande Cilie, met de belofte snel terug te zullen keren en te zullen schrijven. Zijn brieven zullen haar nooit bereiken. De Stroeve houdt ze achter. Men vertelt Cilie dat Allard zijn tijd doorbrengt met de vrouw die zijn ouders voor hem hebben uitgekozen. Cilie is ten einde raad. Haar onrust wordt zo groot, dat ze het zelfs aandurft om bij de Bentincks naar haar geliefde te informeren. Ze weet dat de freules haar haten als de pest, maar ze ziet geen andere weg. Onder de vreselijkste verwensingen wordt ze door de Freules en hun dienaren uit hun trotse landhuis gejaagd. Die hoer, die Nevelhekse, hoe durft ze!

Cilie wordt die avond naar huis gebracht door meester Arnoldus van Xanten. Hij heeft haar van de weg opgeraapt en liet door zijn vrouw en zijn dochter haar wonden verzorgen, waarna hij haar in een punter naar haar woning heeft gevaren. Ze wordt direct op bed gelegd. Wat de meester te vertellen heeft, is bijna te erg om waar te zijn. Op weg naar huis was Cilie bij de laatste schamele huisjes in Het Haagje uitgescholden door een stel jongens. Ze liep in de haast een kind om, dat verschrikkelijk begon te huilen. Troosten had geen enkel effect. De moeder kwam naar buiten rennen, riep dat haar kind nu ook behekst werd, een krijsende massa trachtte Cilie te stenigen en ze viel bloedend op de grond. Cilie´s wonden helen snel, maar haar geest is gebroken. Dagenlang zegt ze niets zit ze peinzend voor zich uit te staren. In de vierde nacht na haar terugkeer begint ze te mompelen. De huishoudster is de enige met wie ze contact maakt. Van haar pleegvader moet ze niets hebben. Overdag zit ze uren aaneen met het hoofd in de handen in het vuur te staren. Tegen de avond krijgt ze buien van waanzinnige woestheid, waarin haar woede zich vooral richt op De Stroeve. Ze is dan alleen nog maar met geweld binnenshuis te houden. Op een nacht wordt De Stroeve wakker, door een geluid van een waterval. Het schut staat open. Het water stort zich met een donderend geraas in de brede sloot, die al snel overstroomt.

Cilie is verdwenen. Ze heeft het schuthuis in weer en wind verlaten, in haar nachtkleding. De Stroeve vervalt in driftbuiten, overgaand in gewetenswroegingen. Drie dagen na de vreselijke nacht meldt hij zich bij de Banner-Schulte van het Beiler Dingspil. Hij bekent een drievoudige moord en nog meer ongerechtigheden. Jonker Allard komt drie dagen na Cilie´s verdwijnen naar Hoogeveen. Vergeefs doorkruist hij de velden, in de hoop dat Cilie zich ergens verschuilt. Op zoek naar haar lijk laat hij in alle plassen vissen. Ze wordt niet gevonden. Allard legt zijn oor te luister bij de bevolking. Heeft iemand haar na de fatale nacht nog gezien? Heeft iemand enig idee wat er gebeurd kan zijn? Er blijven volop vragen. Is Cilie door haar eigen hand gestorven? Was het de wraak van Marrije´s moeder? Hebben de in het veel te hoge water van het Riegmeer verzuipende boeren van Zuidwolde het recht in eigen hand genomen, en werd Cilie daarvan het slachtoffer? Is ze trouwens wel dood? De vragen zijn er nog steeds. De verhalen ook. Al is één ding zeker: ze heeft nooit geleefd. Ze is een romanfiguur. Maar jongeren ALS Cilie en Allard zijn er zoveel geweest. Ook vandaag nog. En ook vandaag nog verlangen mensen die om wat voor reden dan ook gepest of gediscrimineerd worden naar een eerlijke kans…..

©Albert Metselaar, Hoogeveen 2013

 

Puurhollandscheveld.nl is ontstaan uit een samenwerkingsverband tussen de Zakenclub van Hollandscheveld, Vereniging
Hollandscheveld voor Plaatselijk Belang en stichting Aktiviteitencommissie 't Oekie.

Stichting Aktiviteitencommissie 't Oekie

Ondernemersvereniging Hollandscheveld

ondver

Verening Hollandscheveld voor Plaatselijk Belang