Oorlogsgedenkteken van Hollandscheveld

Kopie 2 van IMG 5942Naast de Hervormde kerk van Hollandscheveld, op de rand van het park, staat een oorlogsgedenkteken. Het lijkt een simpel stuk beton met een metalen ‘ding’ erop. Het is een verstilde kaars. Een licht dat wil branden, dat moet branden, maar dat in de tijd is gestold. Het is een kaars met een vlam die zo krachtig is dat hij er staat, ondanks dat het licht niet lijkt te komen. De kaars wordt brandende gehouden, ter herinnering aan de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Op de kaars is een plaquette bevestigd, met daarop de namen van de slachtoffers van Hollandscheveld en omstreken. Het gedenkteken is tevens een waakvlam tegen opnieuw opkomend fascisme en racisme. De kaars is opgebouwd uit een betonnen duiker en een blad van de propeller van een Lancaster-bommenwerper. Duikers werden in de Tweede Wereldoorlog op de weg gezet om mensen te laten stoppen. Deze duiker wil ons laten stilstaan bij de slachtoffers. De propeller is van een hier neergestorte bommenwerper. Rondom de kaars liggen Belgische keitjes in de grond. Ze omarmen de kaars. De Belgische keitjes herinneren aan onze bevrijders. Dat waren de manschappen van het 1st Belgian SAS Parachute Regiment. Ze zuiverden deze streek op 10 april 1945 van de laatste bezetters.

Schermafbeelding 2014-01-04 om 14.13.20
Het verhaal achter dit oorlogsgedenkteken is begonnen in 1944. In de nacht van vrijdag 24 op zaterdag 25 maart steeg in Engeland een Lancaster-bommenwerper op, en raakte brandend de grond in ’t Meer bij Hollandscheveld. Op 27 maart werden 5 van de zeven bemanningsleden begraven. De andere twee werden later gevonden en naast de anderen begraven. De begrafenis van 27 maart was een groots gebeuren, waarbij de bevolking massaal op kwam en predikant ds.Volger een passende uitvaart improviseerde. Deels in het Engels, zodat de ene Duitse soldaat niet door had wat er werd gezegd. In het geheim werd een herdenkingscomité opgericht.

Ds. Volger had vanwege zijn LO activiteiten regelmatig contact met meester Van der Meulen van Noordscheschut. Ze zochten contact met Jan Dekker van Nieuwlande en Hendrik Bakker Gzn., voorzitter van tal van verenigingen, en begonnen gezamenlijk geld in te zamelen. In totaal werd om en nabij de fl. 600,= bij elkaar gebracht. Van dit geld zou na de oorlog een gedenkteken worden opgericht. Ds. Volger vertrok in de zomer van ‘44 uit de velden en meester Van der Meulen stierf op 17 april 1945, net na de bevrijding. Jan Dekker en Hendrik Bakker hadden het comité weer met anderen aan kunnen vullen, waarna ten uitvoer gebracht had kunnen worden wat ze de mensen hadden toegezegd en waarvoor men had betaald. Ze deden het niet. Ze gaven het geld aan een soortgelijk Hoogeveens comité. Dit Hoogeveense initiatief was kort na de meidagen van ‘40 geboren. Het oorspronkelijke doel was het oprichten van een monument voor de soldaten die in de meidagen waren gesneuveld. In het Hoogeveense comité was ook burgemeester Tjalma actief. Deze vroeg financiële steun voor het Hoogeveense initiatief, Bakker en Dekker gaven hun geld af, Hollandscheveld kreeg geen eigen monument en aan dodenherdenkingen werd daar nog sporadisch wat gedaan.

Meester Wiegman, ook actief bij de LO, die wilde wel wat in stand houden. Als medewerker van ds.Volger moet hij ook al betrokken zijn geweest bij het inzamelen van de fl. 600,=. Hij hield met zijn school een traditie in ere. Tot in de zestiger jaren brachten schoolklassen onder schooltijd bloemen op de graven van de gevallenen. Dat mocht van alles zijn. Een veldboeket was ook goed. Het ging erom dat je wat voor de gesneuvelden deed. Ik was een van de kinderen die nog mee zou lopen. We gingen in lange rijen naar de begraafplaats. Dat was voordat de oude Hervormde school werd afgebroken. Toen in 1968 de nieuwe werd geopend, werd er niet meer aan bloemleggen gedaan. Op zondag 12 mei 1963 was er een internationale bijeenkomst met een sterk militair karakter, als uitvloeisel van de Crerarwandeltochten, waarin de negen vliegeniers centraal stonden. Net als bij de begrafenis van de eerste vijf stond het kerkhof weer vol Hollandschevelders. Het getal van vliegeniers was op negen gekomen na het overbrengen van de stoffelijke overschotten van Graham en Styles naar Holland-scheveld. Ze waren op het eind van de oorlog neergestort bij de Toldijk, bij Hoogeveen. De herdenking van 1963 werd in mijn geest geëtst. Ik hing die dag letterlijk aan de rokken van mijn moeder, als een jochie van 3 1/3 jaar oud. Ik moet ergens vooraan hebben gestaan. De ceremonie van 12 mei 1963 was richtinggevend aan mijn leven, als ik bedenk dat ik vanaf die tijd steeds bleef doorvragen wat er in de oorlog was gebeurd, en wat voor mensen dat nu waren, die daar in die graven met witte stenen lagen….

Zo’n 25 jaar na het stoppen van de bloemenhulde werd de traditie weer opgepakt. Dat ging als volgt: Na een oproep in de Hoogeveensche Courant stonden op 4 mei 1990 een man of 10-15 bij de geallieerde graven. Ze legden er bloemen en hielden rond 20.00 uur stilte in acht. De oproep was een individueel initiatief, waarbij ik als medewerker van de Hoogeveensche Courant gewoon een stukje instuurde, alsof er nieuws was uit het dorp. De oproep sloeg aan, en het tweede jaar sloeg een nieuwe oproep nog beter aan. Toen was de groep bij een zelfde oproep al weer groter geworden. Waarom de klok van de Hervormde kerk niet meer bengelde, even voor 20.00 uur, dat wist niemand. Op mijn verzoek werd in 1991 voor het eerst sinds jaren de klok van de Hervormde kerk weer uitbundig geluid en de aanwezigen bij de graven zongen ter afsluiting het Wilhelmus. Er waren toen al 25 mensen. Tijd voor een volgende stap. Omdat het de plaatselijke Hervormde predikant was geweest die in 1944 sprak bij de graven van de gevallen Engelsen, werd in 1992 ds. J. den Admirant gevraagd de rij van sprekers te openen. Van te voren werd nooit verteld wie er zou spreken, want mensen gaven aan niet te willen komen als er iemand sprak die hen niet zinde. Door wisselende sprekers uit alle hoeken van de samenleving te vragen, werd getracht de uiteenlopende visies die binnen de streek leefden aan bod te laten komen. Vanaf 1992 was ook steeds een delegatie van B & W van Hoogeveen aanwezig, uitgenodigd door mij. Maar ik wilde dit geen persoonlijke zaak laten zijn. Er waren steeds meer mensen, het was een breed gedragen initiatief, dus het zou ook breder vorm gegeven moeten worden. Aan het eind van de bijeenkomst van 4 mei 1992 vroeg ik Daniël Pol, een vaste bezoeker, er voortaan met hem de schouders onder te zetten. We haalden er Bé de Jonge bij en het 4-mei-comité van Hollandscheveld was geboren.

In 1993 verzamelden we ons bij de ingang van de begraafplaats, aan de Kerkhoflaan. Er werd er vanaf de ingang aan de Kerkhoflaan een stille tocht langs de graven gehouden. Van begin af aan kozen we ervoor om eerst de rij te nemen waar Kier Boersma begraven ligt, en dan vanaf het zuiden langs andere oorlogsgraven naar de graven van de geallieerden te lopen. Er werd in 1993 meer toegevoegd. Even voor achten werden door mij de namen van alle gevallenen opgelezen. Na de stilte sprak Johan Wolf, onder meer voorzitter van Plaatselijk Belang Hollandscheveld. Jan Luchies van Nieuwlande, veteraan van de Prinses Irene-brigade, pakte de microfoon en sprak de Engelse aanwezigen toe. Barry Styles was aanwezig, een broer van Richard, evenals Roy, de broer van Wilfred Still, Roy’s echtgenote en Rita Sander Francis, weduwe van Bill Sander. Barry Styles was er eenmalig, de andere Engelsen waren vaste bezoekers van de herdenkingen vanaf mei 1992. Aan het eind van die ceremonie merkte een kind op dat men bij dit soort bijeenkomsten ook wel eens het Wilhelmus zong. Zo maar een opmerking in de richting van een moeder. Dat gebeurde inmiddels al trouw, maar werd toen bijna vergeten. De zenuwen van het nieuwe comité! Er werd uit volle borst gezongen, toch nog, en men ging huiswaarts. In 1994 werd een zelfde korte stille tocht gehouden. Even voor achten klonken weer de namen van de slachtoffers over het kerkhof. Na de Last Post (vanaf 1994 geblazen), het klokluiden en de stilte sprak meester K. Bakker, oud onderwijzer in Elim en Hollandscheveld. Er waren die avond een 80-tal mensen aanwezig.

Die paar mensen uit 1990, die niet meer deden dan bloemen brengen en stil zijn, hadden de aanzet gegeven tot een sobere, indrukwekkende ceremonie, die aansloeg bij de bevolking. Het enige wat nog ontbrak was het monument. Er waren twee problemen. Er was geen geld en B & W van Hoogeveen hadden enige jaren daarvoor besloten dat er geen nieuwe oorlogsgedenktekens meer zouden moeten komen in de gemeente Hoogeveen. Dit omdat een gedenkteken bij de begraafplaats aan de Zuiderweg te Hoogeveen (met daarop de namen van de gevallenen in Nederlands Indië en op John Mckee na alle militaire slachtoffers uit de gemeente tijdens de Tweede Wereldoorlog) veel geld en tijd voor discussie en overleg had gekost. Het geld bleek geen probleem. Toen ik 1 januari 1995 uitgeroepen werd tot Hoogevener van het jaar, kreeg ik fl. 500,- van de Hoogeveense horecavereniging om weg te geven aan een goed doel. Het geld was er, dachten we. Nu dus nog de gemeente om zien te krijgen.

Op het oliebollenbal van 1 januari ‘95 vertelde wethouder Schelhaas dat B & W hadden besloten dat een gedenkteken doorgang zou kunnen vinden, mits het geen eenmansactie was. Diverse bestuurders en organisaties uit Hollandscheveld en omstreken werden benaderd. Allen zeiden ze steun toe. Het enthousiasme was zo groot dat, als de gemeente geen plaatsje in het park bij de Hervormde kerk ter beschikking had gesteld, er een monument zonder toestemming op particuliere grond was gebouwd. Er was namelijk ook al andere grond ter beschikking gesteld. Het ging dus uiteindelijk al helemaal niet meer over de vraag of er een monument zou komen, maar waar dat zou komen, en of de gemeente een vierkante meter grond beschikbaar wilde stellen. De rest regelde de bevolking zelf wel. Alle benodigde materialen en een kraantje werden kostenloos ter beschikking gesteld. Het daarop volgende overleg met wethouder Schelhaas werd historisch. Een ambtenaar herinnerde hem aan het gemeentebeleid: de gemeente had besloten dat er geen oorlogsgedenkteken meer bij zou moeten komen. Ik herinnerde de wethouder eraan dat hij voor het blok stond, want als de gemeente niet mee wilde doen, dan zou hij op 4 mei uitgenodigd worden bij een onthulling die hij zelf dan niet wilde, of hij zou weg moeten blijven, en hoe zou hij dat dan aan de bevolking uitleggen? Schelhaas hoorde de lijst van ondersteunende organisaties aan en barste in lachen uit. Beleid of geen beleid, dat monument moest er komen, dat was zijn reactie. B & W van Hoogeveen gingen akkoord. In een positieve samenwerking tussen de gemeente en diens groenmedewerkers, het comité en de sponsors, werd half april 1994 begonnen met de bouw van het gedenkteken en het afwerken ervan.

Daarmee werd tevens de weg geopend voor divers gedenktekens van derden. Op 4 mei 1995 was het zover. Meer dan 200 mensen waren verzameld rond het te onthullen gedenkteken. Even voor 19.00 uur begon muziekvereniging Juliana-De Bazuin te spelen. Na de muziek sprak Daniël Pol een welkomswoord. Wethouder Schelhaas oomzegger van Rieks en Otto Zomer hield een herdenkingsrede ter gelegenheid van de 50ste verjaardag van de bevrijding. Roy Still en Rita Sander Francis onthulden de metershoge “kaars”, met daarop de 27 namen van alle gevallenen die gewoond hadden in Elim of Hollandscheveld, of er stierven of waren begraven, voor zover ze niet behoord hadden tot degenen die de bezetters hadden gesteund. Albert Metselaar gaf een uitleg van de symboliek achter het gedenkteken. Aansluitend werd er een krans gelegd door de wethouders Punt en Schelhaas en traden vier aanwezige Belgische veteranen met hun bloemen naar voren: Marquet, Delcourt, Govaerts, en Brasseur. Szaya Reiner, vermoord in Nieuw-Moscou, was hier nog nooit volgens Joodse gebruiken in ere gehouden. “Menno Wiegman”, Menachem Philipson, en zijn broer Jacob baden voor Szaya Reiner een Kaddiesjgebed. Daarna gingen we voor het eerst in stille tocht naar de begraafplaats. Vooraf was gepeild hoe we dat zouden doen. Alle reacties waren toen: echte stilte, geen geluid. We liepen over wegen die samen een symbolische keten van herdenking vormden. Door het park waar de SS mensen had gemarteld, in de school die er toen stond, door de Jan van der Helmweg, Roelof Koopsweg, Hendrik Raakweg, Otto Zomerweg. Een symbool is een symbool als alles klopt, vandaar dat we niet de kortere weg namen door de dr. Broekhoffstraat. Op de begraafplaats heerste eveneens een diepe stilte, langer dan bedoeld was, maar we waren er. Voor hen, die waren gebleven in de oorlog. Later kwam muziekvereniging Irene erbij. Er kwam een reeks van sprekers. Maar het monument was er, zoals in 1944 was bedoeld. De ceremonie verliep volgens dit stramien zolang het oude comité in dienst was.

©Albert Metselaar, Hoogeveen 2013 albertmetselaar@home.nl