IMG 5960

Eén van de laatste herinneringen aan de vervening in het Hollandsche Veld is de windvaan op de Hervormde kerk. Een veenschop. De schop werd overgenomen in de vlag en in het wapen van het gebied. Hij staat voor het ‘zweet des aanschijns’, in oud taalgebruik uitgedrukt, waarin de bevolking haar brood verdiende. Onder de windvaan vinden we een smeedijzeren torenkruis, dat met zijn beide zijarmen naar het noorden en het zuiden wijst. Het kruis zit enigszins weggewerkt in eenvoudige versieringen. Onder dit torenkruis vinden we een vergulde bal. Deze bal staat voor de appel van Adam en eva uit het paradijs, de zonde. Een bal met een kruis erop kennen we ook als symbool van macht, afgebeeld in de handen van vorsten, waarbij de bal staat voor de aarde. De torenspits van Hollandscheveld wil, binnen deze symboliek, de mensen zeggen dat er op deze aarde maar één ware heerser is: Jezus Christus. De torenspits werd wereldwijd verspreid in de boeken over Vincent van Gogh, die hem in 1883 tekende. De toren werd het logo van de Aktiviteitencommissie ’t Oekie, en ging de plaatselijke krant sieren. Het is het symbool van het dorp geworden.

Het begin van gemeenteleven in het Hollandscheveld ligt in 1757, als meester Pieter Jans Steen zich vestigt als onderwijzer aan het Hollandscheveldse Opgaande. Zijn onderwijs is doorspekt met bijbelkennis en catechismus. Hij krijgt in 1767 een officiële aanstelling als oefenaar, hulpprediker. In 1832 en 1833 werd door Hoogeveen tijdelijk een andere hulpprediker aangesteld, om de velden pastoraal van dienst te zijn. Het was ds.Cornelis van Schaick. Hij en Geert Roelofs Raak, onderwijzer in de in school bij het Allee, zouden iets in gang zetten, wat uiteindelijk de lang verwachte kerk zou brengen. Geert als plaatselijk leider en voorman, Cornelis als raadgever en lobbyist op de achtergrond. Als derde zou ds.De Holl zich nog toevoegen, degene die het werk intern in de Hervormde Gemeente van Hoogeveen begeleidde en stimuleerde. Er was een lange weg te gaan en het was de synode die de knoop door zou hakken. Er zou een volledig zelfstandige Hervormde Gemeente in de velden komen, met een eigen kerk. Eigenlijk had de synode liever gewild dat er in Hoogeveen één gemeente met twee kerken gevormd zou worden, maar dat wilde Hoogeveen niet. Het gevolg was, dat Hollandscheveld wel een kerk en een eigen Hervormde Gemeente kreeg, maar dat daarmee tevens erg veel financiële zorgen op het bord van de jonge gemeente zouden komen. Hoe dan ook, de kerk zou er komen.

Voor de bevolking was de bouw van de kerk een zaak van bidden en werken. De Hoogeveense predikant ds.De Holl, belast met de herderlijke zorg voor de velden, leidde samen met Geert Roelofs Raak bidstonden in de toenmalige school, nu het witte huis ten noorden van het park naast de kerk. Het eerste biduur werd gehouden op 16 mei 1850 en handelde over Mattheus 3:5, de woorden van Jezus tot Johannes de Doper, toen deze hem aanvankelijk niet wilde dopen: “Maar Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Laat nu af; want aldus betaamt ons alle gerechtigheid te vervullen. Toen liet hij van Hem af”. De gerechtigheid voor de velden was, dat er nu eindelijk een kerk zou komen. Aan het gegeven dat er niet alleen gebeden werd, maar een bijbeltekst centraal stond, kunnen we afleiden dat het hier ging om godsdienstige samenkomsten, die vooruit liepen op de eigenlijke kerkdiensten in de nog te bouwen kerk. Een bouwarchief is niet voorhanden en alles wat we weten van de bouw op zich, moeten we halen uit de schaarse secundaire bronnen. Deze zijn lang nog niet allemaal onderzocht. We doen het met wat we hebben. We laten ons eerst leiden door de kerk zelf. “Uit liefdegiften is deze kerk en pastory in den jare 1851 gesticht, onder toezicht van de heeren Mr.H.G.van Holthe tot Echten, Mr. A.H.Witsenborg, J.G.de Jonge, Hk. Berghuis, W.ten Oever, in commissie vereenigd”, zegt één van de beide gevelstenen op de voorkant van de kerk. De liefdegiften waren geld dat was toegezegd door Koning Willem II, de synode, collectes en ander geld ingezameld door ds. Cornelis van Schaick, rabbijn M.L.Kan uit Coevorden, G.B.van Duijl uit Delfshaven en tal van Hervormde Gemeenten,

Een commissie (de mensen van de gedenksteen) ging aan het werk en sloeg aan het cijferen. De commissie bestond uit één veldeling, Warner ten Oever, en vier grootgrondbezitters, hoofddirecteur en hoofdparticipanten van de Compagnie van de 5000 Morgen. De laatsten waren eigenaren van de ondergrond, als directeuren van de Compagnie van de 5000 Morgen. Vandaar dus de namen van de grootgrondbezitters op de gevelsteen. Ze deden goed werk in de periode 1849- 1851. Maar ze vertegenwoordigden ook de groep grootgrondbezitters die bijna 90 jaar lang kerkstichting in de velden hadden tegengehouden. In feite trokken ze een regelende rol naar zich toe, op het moment dat de kerk niet meer tegen te houden was. De commissie rekende uit dat voor de bouw van een kerk met toren, klok en pastorie f 13.400,- nodig was.

In de overlevering is onder meer het verhaal bewaard gebleven dat Geert Raak de kerk bouwde op zijn eigen grond. Hij schonk de grond van de kerk, zo wordt wel verteld. We zien in de overdrachtspapieren feitelijk iets anders gebeuren. Geert had de grond tijdelijk in erfpacht en gaf later de grond terug aan de Compagnie van de 5000 Morgen. Voor het vele werk dat hij gestoken had in het verbeteren van de grond werd hij door de Compagnie goed betaald. Hij ontving van hen f 400,- als onkostenvergoeding. Daarna ging de grond over naar de Hervormde Gemeente, met Geert Raak in de hoofdrol. Vandaar dat de grond dus wel mede op zijn naam bleef staan, maar geschonken werd er niets. Wat Geert ontving was gelijk aan driemaal het jaarinkomen van een arbeider.

De bouw van de kerk werd op 31 januari 1851 aanbesteed. We vinden hierover een aantekening in de Meppeler Courant, van de correspondent uit Hoogeveen: “Hoogeveen 30 jan. Het lang verbeide tijdstip is eindelijk, dank zij vele bemoeiingen der commissie, gekomen. Heden had alhier de publieke uitbesteding plaats van de kerk en pastorie c.a. in het Hollandsche Veld, onder deze gemeente, met levering van alle daartoe behorende en benodigde materialen; hetwelk is aangenomen door J. Schulenburg van Koevorden voor de som van f 13.500,-.”

“De eerste steen gelegd op den 12 mei 1851 door Mr.A.H.Witsenborg, namens de commissie”, lezen we in de tweede gedenksteen in de voorgevel van de kerk. De steen werd gelegd tijdens een openluchtdienst, waarbij 300 mensen op het terrein aanwezig waren, waar we nu de pastorie vinden. Het verslag van die dag meldt dat de leiding van de dienst in handen was van Ds.De Holl, met Geert Raak en ds. Van Schaick de gangmakers achter de kerkstichting. Er stonden vijf Nederlandse vlaggen, op iedere hoek van de fundamenten van de kerk een, en een op de pastorie. Het weer was heerlijk. De mensen zaten op banken die uit de school van meester Raak waren gehaald. Men opende met het zingen van Psalm 84:1, “en nam uit het gezongene aanleiding om te betogen, hoe de vrome Israellers weleer, wanneer zij zich opmaakten, naar de stad Gods, om Jehova in de Tempel te loven, en zij de muren van deze in het gezicht kregen, het lied aanhefden, dat ook thans door hen was gezongen, want ook zij, bewoners dier streken, hadden hun nieuwe Tempel in ’t gezicht, zouden weldra naar dezelve opgaan, en zich thans niet meer een reis van soms 2 uren en verder behoeven te getroosten, daar ziju nu spoedig een heiligdom in hun midden zouden hebben. “ Toen tijdens deze dienst Mr. A.H.Witsenborg de eerste steen had gelegd was de commissie waar hij deel van uitmaakte, de commissie van de andere gevelsteen, van haar taak ontheven. We laten die dienst nu even voor wat ze was en gaan aan het werk……

Er verrees in gewone lichtrode baksteen een bouwwerk in waterstaatsstijl, dat met zijn lengte-as op het oosten werd gericht. Dit houdt oorspronkelijk waarschijnlijk verband met de opkomende zon, als symbool van het heil. Ook de wederkomst van Christus werd in het oosten verwacht. Van oudsher werden vrijwel alle kerken zo gebouwd. Het is een zogenaamde ’Waterstaatskerk’ geworden. De term ’Waterstaatskerk’ herinnert aan de periode dat de burgerlijke overheden grote invloed hadden in de Nederlandse Hervormde Kerk. Bij Koninklijk Besluit werd in 1824 besloten dat de bouw van nieuwe kerken vanaf dat moment uitsluitend nog kon gebeuren onder toezicht van Waterstaatsingenieurs. Deze ingenieurs ontwikkelden een eigen bouwstijl, een variant van het in de periode 1820-1850 bloeiende neo-classisisme. Kerken van hun hand leken dan ook nogal eens op elkaar. In Drenthe zien we dat eveneens terug. De Hervormde kerk van Hollandscheveld heeft zusterkerken in Nieuw-Amsterdam en Nieuw-Buinen. Het torentje van Hollandscheveld, kan men op tal van andere kerken tegenkomen. Niet alleen de bouwstijl was dus vrij algemeen, zelfs het hele ontwerp van de kerk is niet origineel. Er stond in die dagen min of meer een soort basiskerk op papier, en dit basisontwerp kreeg kleine aanpassingen, al naar gelang de behoefte van streek waar hij gebouwd moest worden, en al naar gelang de hoeveelheid geld die voor de geld beschikbaar was. Maar daarmee is de kerk een geweldig mooi voorbeeld van 19e eeuwse kerkbouw en in al zijn eenvoud een monument voor het protestantisme.

Op 26 december 1851 werd de kerk ingewijd door ds.C.van Schaick, naar aanleiding van I Samuël 12:24. De feestrede werd nog in 1852 uitgegeven. In 1989 volgde een heruitgifte. Wie de sfeer van die dagen wil proeven, doet er goed aan de toespraak nog eens door te lezen. Het eerste lied tijdens de inwijdingsdienst was, volgens de uitgegeven feestrede, Psalm 103 vers 1: “Loof, loof den Heer, mijn ziel met alle krachten.” Meester Geert Roelofs Raak bleef actief betrokken bij de diensten en alles wat met de nieuwe kerk te maken had. Hij werd namelijk voorlezer, voorzanger en koster. De klok die hij luidde kwam uit een middeleeuwse kerk. Hij werd in de oorlog door de Duitsers gestolen en nadien vervangen. De kanselbijbel is van na zijn tijd, geschonken in 1890, maar werd al gedrukt in 1757.

Aanvankelijk was er binnen in de kerk één grote ruimte. Op 6 juli 1863 werd een consistoriekamer en een orgeltribune aanbesteed. Die stammen dus uit dat jaar. Het huidige orgel is van later datum. De commissie die ervoor zorgde staat op de voorkant vermeld. Veranderende vieringen vroegen ook om verandering in de kerk. Toen op woensdag 2 april 1976 een geheel gerestaureerde kerk in gebruik kon worden genomen, toen waren voorin banken verwijderd om meer ruimte te bieden aan koren en andere activiteiten voorin de kerk. In 1901 werd een vergaderlokaal achter de kerk gebouwd. Er zit nog een gevelsteen naast de ingang. Daarachter kwamen later nog enkele andere kleine aanbouwsels, die inmiddels zijn verdwenen. Het oude vergaderlokaal was de bakermat en het kloppende hart van tal van verenigingen van de Hervormde Gemeente en van het dorp. In 1985 werd een mortuarium ingebouwd en aangebouwd. Op 26 februari 1994 werd een nieuwe vergaderruimte achter het gebouw uit 1901 geopend. Dan waren er ook nog tientallen jaren toiletten bij de kerk. De stankoverlast was niet te harden, en gelukkig herinnert er niets meer aan. Een herinnering in de kerk zelf die nog wel noemenswaard is, is het restant van de oorspronkelijke windvaan, gesneuveld bij de blikseminslag van 7 december 1999. Een bolbliksem deed de toren ontploffen en lichte de dakconstructie op. De hele kerk moest toen worden opgeknapt.

Bij de kerk vinden we een oorlogsgedenkteken en een beeld van Cilie, een meisje uit een lokale sage. Er is ook een kerkhof, in de letterlijke zin van het woord, zoals gewoonlijk op de zuidkant van het gebouw. Maar deze werd niet meer gebruikt als begraafplaats. Per 1 januari 1854 werd aan de Kerkenkavel een nieuwe begraafplaats in gebruik genomen. Daar vinden we nog enkele graven die de geschiedenis van de kerk markeren. De eerste predikant was ziekelijk en snel weg. De tweede was ds. C.J.C.Venema. Hij was degene die de gemeente opbouwde. Hij rust naast Geert Raak. Ze werden gesteund door o.a. Roelof Troost, een van de eerste ambtsdragers, die bij hen ligt. Een ander graf, dichtbij hen, is dat van ds.J.Kooiman, die in het begin van de 20e eeuw niet alleen de gemeente maar ook het dorp veranderde. Vanaf de begraafplaats is de kerk te zien, constateerde ook Vincent van Gogh. De plaats waar hij in 1883 werkte is gemarkeerd met een gedenkteken.

©Albert Metselaar, Hoogeveen 2013